We spraken Professor Elsken van der Wall van het UMC Utrecht over haar passie voor de strijd tegen borstkanker.
Hoe en wanneer hebt u de passie voor de strijd tegen borstkanker ontwikkeld?
Direct in het begin van mijn loopbaan als internist-oncoloog. Ik werkte op een mammapoli en daar voelde ik meteen: ‘dit is het’. Ik vind het mooi om als arts patiënten te begeleiden in een heel ingrijpende periode in hun leven. Deze ziekte heeft een enorme impact op de patiënt, haar omgeving en de maatschappij in het geheel. Daarnaast ben ik enorm gefascineerd door het onderzoek naar kanker. Ik wil graag een klein steentje bijdragen aan de oplossing van dit probleem.
Het is een mantra geworden: ‘ik moet en zal iets vinden tegen borstkanker’. Al ben ik ook wel reëel: het zal me niet lukken om de ziekte uit te bannen. Maar het zou zo mooi zijn als ons onderzoek het doel een stap dichterbij brengt. Ik trek daarin al meer dan 10 jaar op met mijn onderzoeksmaatje professor Paul van Diest, hoogleraar pathologie hier in het UMC Utrecht. Samen met dr. Patrick Derksen geven wij leiding aan ons onderzoekslaboratorium.
U combineert patiëntenzorg en onderzoek. Dat is bijzonder.
De combinatie past bij mij. Als ik in het laboratorium bezig ben met het begeleiden van onderzoekers, zie ik altijd de patiënten op de poli voor me. En als ik tijdens de poli patiënten zie, denk ik altijd: we moeten hier iets mee in het laboratorium.
Momenteel bestuderen we een nieuwe methode om borstkanker in het vroegste stadium op te sporen. Dat gebeurt door een heel klein beetje tepelvocht af te nemen. Wij denken dat in dat vocht is de ziekte vroeger te zien is dan met bij de huidige opsporingsmethoden. De methode wordt nu in studieverband onderzocht bij vrouwen uit erfelijk belaste families.
Daarnaast kijken we in dieronderzoek of het mogelijk is om via de tepel geneesmiddelen toe te dienen die borstkanker helpen te voorkómen.
Het UMC Utrecht Cancer Center besteedt onder uw voorzitterschap veel aandacht aan psychosociale zorg.
Bij kanker speelt de psychosociale kant altijd sterk mee. Dat geldt temeer voor vrouwen met borstkanker. Ze associëren hun borsten met vrouwelijkheid, moederschap, hebben er soms hun kinderen mee gevoed of willen dat nog gaan doen. Het is een echt vrouwelijk kenmerk, waar de maatschappij ook erg op is gefocust. Het is moeilijk als je dit wordt ontnomen. Patiënten voelen zich na een operatie vaak aangetast in hun vrouwelijkheid. Dat geeft ook onzekerheid in partnerrelaties.
Een vrouw is pas echt goed geholpen als er ook aandacht is voor deze onderwerpen. Borstkankerzorg is zoveel meer dan een tumor onschadelijk maken.















BLAAS & VERZAKKING
HART EN RISICO’S
HORMONEN
KANKER